Insigne Identiteit: verschil tussen versies
Uiterlijk
kGeen bewerkingssamenvatting |
kGeen bewerkingssamenvatting |
||
| Regel 12: | Regel 12: | ||
| 1) Ik || Ieder mens is uniek en heeft eigen talenten en hobby's. <br> a) Teken of schilder een zelfportret. Noteer daarbij welke hobby’s en talenten je hebt. <br> b) Maak een foto van jezelf in de natuur en voeg deze toe aan het portret. Leg daarbij uit wat je graag doet in de natuur en waarom de natuur belangrijk voor je is. <br> || Scouting daagt je uit om je talenten te ontwikkelen || Taal is een belangrijke manier om je ervaringen, gevoelens en identiteit tot uitdrukking te brengen. | | 1) Ik || Ieder mens is uniek en heeft eigen talenten en hobby's. <br> a) Teken of schilder een zelfportret. Noteer daarbij welke hobby’s en talenten je hebt. <br> b) Maak een foto van jezelf in de natuur en voeg deze toe aan het portret. Leg daarbij uit wat je graag doet in de natuur en waarom de natuur belangrijk voor je is. <br> || Scouting daagt je uit om je talenten te ontwikkelen || Taal is een belangrijke manier om je ervaringen, gevoelens en identiteit tot uitdrukking te brengen. | ||
|- | |- | ||
| 2) Familie || Sommige eigenschappen komen regelmatig terug in de dezelfde families. || Bijna elke familie heeft wel eigen gebruiken en gewoontes. Denk bijvoorbeeld aan manieren om een verjaardag of feestdag te vieren, bij elkaar te komen of samen te eten. || Stel je voor dat je een nieuw familielid mag kiezen. | | 2) Familie || Sommige eigenschappen komen regelmatig terug in de dezelfde families. <br> a) ontwerp een stamboom van drie generaties met volledige namen en foto’s (indien mogelijk). Noteer daarbij uiterlijke gelijkenissen tussen familieleden. <br> b) Vul de stamboom aan met karaktereigenschappen. Praat hierover met familieleden; zij kunnen je helpen. <br> c) Bekijk alle eigenschappen op de stamboom en noteer welke eigenschappen je in jezelf herkent. Bepaal op wie je het meest lijkt. || Bijna elke familie heeft wel eigen gebruiken en gewoontes. Denk bijvoorbeeld aan manieren om een verjaardag of feestdag te vieren, bij elkaar te komen of samen te eten. || Stel je voor dat je een nieuw familielid mag kiezen. | ||
|- | |- | ||
| 3) Wet en belofte | | 3) Wet en belofte || Bij Scouting zijn onze normen en waarden vastgelegd in de wet en belofte. Zo belooft elke Scout bijvoorbeeld om iedereen te helpen waar die kan. <br> a) Leer de wet en belofte uit je hoofd. Vertel aan de leiding in je eigen woorden wat de wet en belofte voor jou betekenen. <br> b) Bedenk twee manieren hoe je de normen en waarden uit de wet en belofte buiten Scouting kunt toepassen. Voer deze acties uit en deel de resultaten met de leiding || || | ||
|- | |- | ||
| 4) Symbolieken en tradities | | 4) Symbolieken en tradities || Voor logo’s van Scoutinggroepen worden vaak bepaalde symbolen gebruikt. <br> a) Beschrijf de symbolen uit het installatieteken van Scouting Nederland en leg uit wat die symbolen betekenen. <br> b) Beschrijf de symbolen uit het logo van jouw Scoutinggroep en -regio en leg uit wat die symbolen betekenen. <br> c) Ontwerp een logo voor je vaste subgroep, speltak of Scoutinggroep. Gebruik symbolen die volgens jou laten zien waar jullie voor staan. || || | ||
|- | |- | ||
| 5) Verschillende culturen | | 5) Verschillende culturen || Door de jaren heen zijn er verschillen ontstaan tussen Scoutinggroepen. Sommige groepen hebben alleen jongens en meisjes en sommige groepen hebben ze allebei, in eigen speltakken of gemengd. <br> a) Beschrijf de samenstelling van de speltakken in jouw groep. Leg ook uit hoe dit is ontstaan. <br> b) Maak een lijst van de dorpen, streken en steden waar de leden van jouw speltak vandaan komen. Benoem ook of er leden met verschillende nationaliteiten in jouw groep zijn. || || | ||
|} | |} | ||
[[categorie:insignes]] | [[categorie:insignes]] | ||
Versie van 18 jan 2026 20:37
Dit insigne maakt deel uit van het activiteitengebied Identiteit.
Bij het activiteitengebied Identiteit doe je activiteiten die te maken hebben met wie je zelf bent (zelfbeeld), je levensovertuiging en de identiteit van je groep. Met dit insigne ga je aan de slag met wat jou en jouw groep uniek maakt en hoe je naar jezelf en anderen kijkt.
| Opdrachten/Eisen | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 |
|---|---|---|---|
| 1) Ik | Ieder mens is uniek en heeft eigen talenten en hobby's. a) Teken of schilder een zelfportret. Noteer daarbij welke hobby’s en talenten je hebt. b) Maak een foto van jezelf in de natuur en voeg deze toe aan het portret. Leg daarbij uit wat je graag doet in de natuur en waarom de natuur belangrijk voor je is. |
Scouting daagt je uit om je talenten te ontwikkelen | Taal is een belangrijke manier om je ervaringen, gevoelens en identiteit tot uitdrukking te brengen. |
| 2) Familie | Sommige eigenschappen komen regelmatig terug in de dezelfde families. a) ontwerp een stamboom van drie generaties met volledige namen en foto’s (indien mogelijk). Noteer daarbij uiterlijke gelijkenissen tussen familieleden. b) Vul de stamboom aan met karaktereigenschappen. Praat hierover met familieleden; zij kunnen je helpen. c) Bekijk alle eigenschappen op de stamboom en noteer welke eigenschappen je in jezelf herkent. Bepaal op wie je het meest lijkt. |
Bijna elke familie heeft wel eigen gebruiken en gewoontes. Denk bijvoorbeeld aan manieren om een verjaardag of feestdag te vieren, bij elkaar te komen of samen te eten. | Stel je voor dat je een nieuw familielid mag kiezen. |
| 3) Wet en belofte | Bij Scouting zijn onze normen en waarden vastgelegd in de wet en belofte. Zo belooft elke Scout bijvoorbeeld om iedereen te helpen waar die kan. a) Leer de wet en belofte uit je hoofd. Vertel aan de leiding in je eigen woorden wat de wet en belofte voor jou betekenen. b) Bedenk twee manieren hoe je de normen en waarden uit de wet en belofte buiten Scouting kunt toepassen. Voer deze acties uit en deel de resultaten met de leiding |
||
| 4) Symbolieken en tradities | Voor logo’s van Scoutinggroepen worden vaak bepaalde symbolen gebruikt. a) Beschrijf de symbolen uit het installatieteken van Scouting Nederland en leg uit wat die symbolen betekenen. b) Beschrijf de symbolen uit het logo van jouw Scoutinggroep en -regio en leg uit wat die symbolen betekenen. c) Ontwerp een logo voor je vaste subgroep, speltak of Scoutinggroep. Gebruik symbolen die volgens jou laten zien waar jullie voor staan. |
||
| 5) Verschillende culturen | Door de jaren heen zijn er verschillen ontstaan tussen Scoutinggroepen. Sommige groepen hebben alleen jongens en meisjes en sommige groepen hebben ze allebei, in eigen speltakken of gemengd. a) Beschrijf de samenstelling van de speltakken in jouw groep. Leg ook uit hoe dit is ontstaan. b) Maak een lijst van de dorpen, streken en steden waar de leden van jouw speltak vandaan komen. Benoem ook of er leden met verschillende nationaliteiten in jouw groep zijn. |